Woningonderzoek
Als je als huurder meent dat je huurwoning ernstige tekortkomingen vertoont, moet je in eerste instantie per aangetekende brief de eigenaar aanspreken. Daarin verzoek je de eigenaar de nodige herstellingen uit te voeren. Je kan hiervoor deskundig advies vragen aan het huurderssyndicaat.
Als de eigenaar weigert of niet reageert, kan je deskundig advies of een woningonderzoek aanvragen via het ingevuld aanvraagformulier:
- Genk: Dienst Woonbeleid, Stadsplein 1, 3e verdieping, 089/65 45 73, woonbeleid@genk.be
- As: Dienst Ruimtelijke Ordening, Ambachtslaan 17, 089/69 12 70, stedenbouwkundigambtenaar@as.be
- Opglabbeek: Dienst Ruimte-Huisvesting, Kapelstraat 1, 089/81 01 30, jan.vanhove@opglabbeek.be
- Zutendaal: Dienst Ruimtelijke Ordening, Oosterzonneplein 1, 089/62 94 26,
ruimtelijke.ordening@zutendaal.be
Indien je een woningonderzoek komt aanvragen, dien je tevens een kopie van de aangetekende brief gericht aan de eigenaar en het verzendingsbewijs hiervan mee te brengen.
Na de aanvraag komt de huisvestingsambtenaar bij je langs voor een vooronderzoek. De kwaliteit van de woning wordt beoordeeld met strafpunten. Indien de woning meer dan 15 strafpunten scoort, moet de stad advies inwinnen bij het Vlaamse gewest. Er volgt een tweede controle, ditmaal door een gewestelijk ambtenaar. Op basis van een technische fiche zal de toestand van de woning getoetst worden aan een aantal elementaire vereisten die betrekking hebben op de stabiliteit en bouwfysica, de aanwezigheid en de veiligheid van elektrische installaties, gasinstallaties, de toegankelijkheid, de brandveiligheid, de verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden, de sanitaire voorzieningen en de verwarmingsmogelijkheden. Daarnaast zal hij ook de bezettingsnorm controleren. Hierbij zal berekend worden hoeveel personen er maximaal in de woning kunnen leven.
Daarna ontvangen huurder en eigenaar van de woning een brief, waarin de uitslag van het onderzoek vermeld wordt. Vervolgens krijgen beide partijen de kans om hun opmerkingen kenbaar te maken. De stad luistert naar de argumenten van beide partijen. Tenslotte neemt de burgemeester een beslissing. De woning kan ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond verklaard worden.
Een ongeschikte woning is een woning die niet beantwoordt aan de vereisten van stabiliteit, bouwfysica, veiligheid of minimaal comfort. Met de ongeschiktverklaring wordt geen einde aan de bewoning gemaakt. Aan de eigenaar worden wel verbeteringswerken opgelegd. Indien de eigenaar deze werken niet uitvoert, kan de huurder best contact opnemen met het Huurderssyndicaat. Die kan een brief sturen naar de eigenaar met de vraag om een lagere huurprijs te betalen tot de werken zijn uitgevoerd.
Een woning is onbewoonbaar als ze gebreken vertoont die onmiskenbaar een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden. Bij een onbewoonbaarverklaring dient de huurder voor zijn eigen veiligheid de woning te verlaten. De eigenaar wordt aangemaand om herstellingswerken aan de woning uit te voeren.
Bij een overbewoning dien je naar een aangepaste woning te verhuizen.
De huurder die een ongeschikte, onbewoonbare of overbewoonde woning verlaat en verhuist naar een wél conforme woning kan, indien hij aan de inkomensvoorwaarden voldoet, aanspraak maken op een huursubsidie of installatiepremie.
De verhuurder krijgt werken opgelegd om de woning terug conform te maken aan de kwaliteitsnormen. Die werken moeten binnen een termijn van hetzij 1 jaar (zonder bouwvergunning), hetzij 3 jaar (met bouwvergunning) worden uitgevoerd. Zolang de werken niet binnen de opgelegde termijn zijn uitgevoerd, betaalt de verhuurder een jaarlijkse belasting aan het Vlaamse Gewest.
Zowel eigenaars als huurders die noodzakelijke verbeteringswerken uitvoeren, kunnen in bepaalde gevallen beroep doen op een premie.
